Krijgen onze dieren wel schoon water?

12 mei 2017

Reinoud Homan is bijna klaar met zijn studie microbiologie aan de universiteit van Groningen. Voor zijn scriptie heeft hij zich het afgelopen half jaar bezig gehouden met de drinkwater kwaliteit van dieren. Hieronder geeft hij zijn blik op de drinkwaterkwaliteit van dieren.


De zomer komt eraan en dat gaat gepaard met lekkere, warme temperaturen. We zijn ons er allemaal van bewust dat het drinken van water erg belangrijk is om niet uit te drogen in de warme zon, maar in veel vakantielanden is het water dat uit de kraan stroomt van slechte kwaliteit. Het is daarom raadzaam om altijd bewust te zijn wat je drinkt, want van slecht water word je immers ziek!

Voor dieren is dat niet anders. We hebben bijvoorbeeld allemaal wel eens gehoord van een uitgedroogd hondje op de achterbank van een auto. Tegenwoordig zie je daarom soms zelfs drinkbakken op terrassen, om onze huisdieren te voorzien van genoeg water. De meeste dieren in Nederland worden echter niet gehouden als huisdier, maar in de veeteeltsector. En ook daar is het heel belangrijk dat er goed water wordt gedronken!

Het voedingscentrum adviseert dat een volwassen persoon 1,5 tot 2 liter water per dag drinkt. Maar wist je dat een koe wel 150 liter water op een dag op kan? Het is daarom hartstikke belangrijk voor de gezondheid van alle kippen, varkens, koeien en alle andere dieren in Nederland dat ze schoon drinkwater binnen krijgen. Want ook voor hen geldt: van slecht water wordt je ziek, met alle gevolgen van dien.

Helaas is het water op boerderijen vaak niet van goede kwaliteit. Veel dieren krijgen niet zoals wij leidingwater, maar bijvoorbeeld grondwater. Bij veel boerderijen wordt er per dag meer water verbruikt dan uit de kraan kan stromen en dan is het handig om zelf een waterinstallatie te hebben om genoeg water te pompen. Volgens de wet moeten de dieren toegang hebben tot water van passende kwaliteit. Maar wat die kwaliteit is en hoe en wanneer deze gemeten moet worden is niet vastgelegd [1]!

We snappen allemaal wel dat slecht water de dieren ziek maakt en dus zijn er afspraken gemaakt door boerenorganisaties over de kwaliteit van het water. Het water dat de dieren krijgen moet één keer per jaar gecontroleerd worden vóór het de stal in gaat en mag dan maximaal 100.000 bacteriën per milliliter bevatten [2]. Ter vergelijking: bij leidingwater wordt het dagelijks gecontroleerd en mag er geen enkele bacterie in het water zitten.

En juist hier zit het probleem, want deze meting zegt niks over de kwaliteit van het water in de stal zelf. Ook als er wel leidingwater wordt gebruikt. In de waterleidingen kan aanslag zitten en in de stal zelf is het vaak warm. Dat zijn ideale omstandigheden voor bacteriën en andere ziekteverwekkers om flink te groeien. Daardoor worden de dieren weer ziek en moeten ze behandeld worden met medicijnen. Wist je bijvoorbeeld dat 70% van de antibiotica in de wereld gebruikt wordt in de veeteeltsector [3]? En dat niet alleen boeren, maar ook hun kinderen vaker drager zijn van antibioticaresistente bacteriën [4]?

Het is daarom belangrijk voor zowel de gezondheid van de dieren als onszelf dat ze over goed water kunnen beschikken. Ook voor het bedrijf is het gunstig: gezondere dieren hebben minder gezondheidskosten en presteren beter, simpelweg omdat ze hun energie niet hoeven te verspillen aan het afwerken van ziekteverwekkers.

Het loont daarom altijd om te investeren in een goede waterreinigingsinstallatie. Goed water bevat geen 100.00, 10.000 of 10 bacteriën per milliliter, maar is structureel kiemvrij. Dat geldt voor alle dieren, inclusief de mens!

 

Reinoud Homan is bezig met zijn universitaire afstudeerscriptie over drinkwaterkwaliteit in de veeteeltsector en in het bezit van 10 gezonde vissen.

 

Bronnen:

[1]    Wet Besluit houders van dieren van 1 januari 2017, artikel 1.7, lid f.

[2]         http://www.gddiergezondheid.nl/diergezondheid/management/drinkwater/referentiewaarden%20veedrinkwaterkwaliteit (bezocht op 12 mei 2017)

[3]         https://www.linkedin.com/pulse/spread-antimicrobial-resistance-our-environment-serious-auke-van-heel (bezocht op 12 mei 2017)

[4]     Hatcher, Sarah M., et al. “The prevalence of antibiotic-resistant Staphylococcus aureus nasal carriage among industrial hog operation workers, community residents, and children living in their households: North Carolina, USA.” Environmental health perspectives 125.4 (2017): 560