Helder water is niet per sé schoon

1 juni 2017

Recent ontstaat er steeds meer aandacht voor de kwaliteit van drinkwater die onze dieren krijgen. Naar aanleiding van een aantal artikelen van dierenartsen maken wij nog een verdiepingsslag en leggen wij de link tussen diergezondheid en microbiologie in het onderstaande blog van een van onze microbiologen. Het is tenslotte ons werk om door middel van onze hygiëne kennis ziektes preventief te voorkomen.


“Uit onderzoek blijkt dat de melkgift tot 3 kilo per dag kan dalen als het water van slechte kwaliteit is” zegt dierenarts Ton Westerhout in Nieuwe Oogst. Daarnaast zegt GD-dierenarts Christian Scherpenzeel In Veeteelt Magazine (2 april 2017) dat schoon en smakelijk drinkwater van goede kwaliteit de uiergezondheid ten goede komt.

Dit zijn twee voorbeelden dat er recentelijk meer aandacht komt voor het belang van schoon drinkwater in de veeteelt. In beide artikelen worden veehouders geadviseerd om hun water te testen op kwaliteit. Door zelf geur, kleur, bezinksel en helderheid te controleren, maar ook door watermonsters op te sturen. Maar wat nou als het water niet van voldoende kwaliteit is? Welke stap kun je dan nemen om de waterkwaliteit en daarmee de productie én de gezondheid van de dieren te verbeteren?

Vaak horen wij van veehouders argumenten als ‘ik heb geen gezondheidsproblemen, dus ik hoef niks aan het water te doen.’ en ‘de koeien drinken al 15 jaar hetzelfde water, nu is het opeens niet goed?’. Een klassieke never-change-a-winning-team benadering. Maar is het niet beter om op zoek te blijven naar verbetering en water uit te kunnen sluiten als infectierisico? Voor mij als microbioloog is waterkwaliteit bekend terrein, maar zelf kun je ook prima nagaan dat het niet gezond is om slecht water te drinken.

Wat kun je doen als uit de water meting blijkt dat het water microbiologisch gezien niet goed is?

Een antwoord uit de praktijk is: ‘ik reinig 1 keer per week de bakken met een borstel en ik laat het water weglopen, dan is het goed’. Mijn reactie: dit is slechts symptoombestrijding. Het schoonmaken van de waterbakken maakt het water niet bacterievrij en de biofilm in de leidingen wordt evenmin aangepakt. Bacteriën zijn onzichtbaar voor het blote oog. Helder water is dus niet per sé schoon water!

Via het water komen deze bacteriën in het dier terecht. Niet alle bacteriën zijn ziekteverwekkers en ook besmetting met een bacterie die wel een ziekteverwekker is heeft niet altijd een ziek dier tot gevolg. Feit blijft wel dat het dieren energie kost om met deze besmetting om te gaan. Energie, die ook voor de productiviteit gebruikt had kunnen worden.

Om een goede oplossing te vinden, moet je de oorzaak van het probleem vinden. Daar komt een stukje microbiologie bij kijken.

Vaak wordt grondwater gebruikt om aan dieren te geven. Bij grondwater wordt er vaak apparatuur gebruikt om de chemische kwaliteit van het water in orde te maken (bijvoorbeeld dat er geen ijzer en mangaan meer in zit). De apparatuur die het grondwater chemisch reinigt doet echter niks aan de bacteriën en andere ziekteverwekkers zoals schimmels en virussen. Ook het ontgassen van grondwater door middel van beluchten maakt het water niet kiemvrij.

De waterkwaliteit aan het begin van de stal is dan goed. Verderop in de stal zit in bijna alle leidingen ‘biofilm’, een aanslag van bacteriën die zich ophoopt aan de binnenkant van een leiding. Deze biofilm kan bestaan uit allerlei soorten bacteriën en zorgt ervoor dat het water continu microbiologisch verontreinigd wordt. Dus niet alleen in die slijmlaag, maar ook in het water zitten bacteriën. Ook bij gebruik van leidingwater treedt deze microbiologische vervuiling op in de leidingen en de drinkbakken!

Om het water goed schoon te maken moet je de bacteriën verwijderen; desinfecteren dus. Voor een effectief resultaat is een log5 afdoding nodig, wat betekent dat 99,999% van de bacteriën worden gedood. Dit lijkt heel veel, maar is noodzakelijk als je bedenkt dat bacteriën zich elke 30 minuten kunnen verdubbelen. Van 100 bacteriën naar 1 miljoen bacteriën duurt dan slechts 7 uur. Het is daarom logisch dat het water bacterie- en biofilm vrij moet zijn. Schoon water verlaagt de infectiedruk in de stal, waardoor de weerstand en de diergezondheid verbetert.

Schoon water is dus bacterievrij water. Maar wat voor desinfectiemiddel is dan geschikt?

Elk desinfectiemiddel heeft zijn eigen werkzame stof en gebruiksconcentratie. Voor effectief resultaat is het belangrijk om de goede concentratie te gebruiken. Sommige middelen zijn in de benodigde concentratie niet geschikt voor desinfectie van drinkwater vanwege het gevaar voor de diergezondheid. De concentratie werkzame stof is dan te hoog, waardoor het drinkwater tijdens desinfectie niet gedronken mag worden omdat het de dieren vergiftigt. Vaak wordt er dan een onderhoudsconcentratie aanbevolen, die onderdrukt de bacteriën wel, maar lost het probleem niet structureel op.

Zulke desinfectiemiddelen worden vaak per jerrycan of vat verkocht en dan toegevoegd aan het water. Vaak zijn deze desinfectiemiddelen sterk geconcentreerd en daardoor giftig voor dieren en de mensen die er mee werken. Daarbij moet de veehouder de toepassing goed naleven om over- en onderdosering te voorkomen. Ook is de houdbaarheid van de chemicaliën beperkt waardoor de effectiviteit afneemt. Waterstofperoxide is bijvoorbeeld maar een half jaar houdbaar! Daarnaast moeten de lege jerrycans waar giftige chemicaliën in hebben gezeten veilig afgevoerd worden. Kortom, een inefficiënte manier om te zorgen dat het watersysteem bacterievrij blijft!

Veel beter is dus om op structurele wijze en met de juiste dosering continu het water schoon te houden. Tegenwoordig is er een innovatieve manier om een duurzaam desinfectiemiddel op locatie te produceren. Voordeel van productie op locatie is de versheid van het middel en een veel lagere benodigde concentratie waardoor het veilig in gebruik is voor mens en dier. Daarmee is de aankoop en transport van giftige chemicaliën niet meer nodig, omdat je zelfvoorzienend bent. Door het gebruik van een automatische doseerpomp wordt altijd de juiste concentratie gebruikt waardoor het risico van over- of onderdoseren uitgesloten wordt.

Ik onderschrijf dan ook de boodschap van de artikelen in de Nieuwe Oogst en in het Veeteelt Magazine. Water is essentieel voor dieren en het is goed om te controleren hoeveel bacteriën en biofilm er in de drinkbak zitten. Maar nog veel belangrijker is het om daarna de juiste oplossing te zoeken om te zorgen dat het water structureel vrij is van ziekteverwekkers. En dat kan veilig en levert geld op!

 

Ruud Detert Oude Weme is microbioloog bij Watter B.V. en houdt zich dagelijks bezig met de impact van microbiologisch goed drinkwater water in relatie tot diergezondheid.