fbpx

Biofilm: een klein bos in de waterleiding

27 maart 2018

Biofilm: een klein bos in de waterleiding

In tegenstelling tot de meeste micro-organismen in onze omgeving is biofilm te zien met het blote oog. Dat komt omdat biofilm een uitgebreid systeem is van een heleboel micro-organismen; het is als het ware een bos bestaande uit bacteriën, schimmels, mineralen, algen en water. In dit systeem gebeurt iets bijzonders: micro-organismen die normaal alleen leven passen zich aan naar hun plek in de biofilm. Op die manier kan het zich wapenen tegen maatregelen als antibiotica, chloor, waterstofperoxide en UV-straling.

Biofilms komen voor in vrijwel elke omgeving op aarde dat contact heeft met water; zowel weefsel als vaste en vloeibare oppervlakken. Voorbeelden hiervan zijn een gladde laag op de douchevloer, slijmerige aanslag in een waterleiding en tandplak. Bacteriën kunnen zich door middel van biofilmvorming aanpassen aan de omgeving en zo overleven wanneer dat alleen niet zou lukken. Zo zijn er bijvoorbeeld biofilms gevonden in extreem zure (pH 1) omgevingen.

Ieder een taak

In de waterleidingen ontstaat biofilm doordat losse micro-organismen zich hechten aan een de wand van de leiding. Met behulp van eiwitten leggen de losse cellen contact met elkaar en zo worden er verschillende lagen gevormd. Zo kan de biofilm beter weerstand bieden aan bijvoorbeeld de stroming van het water. Door het contact dat de micro-organismen hebben ontwikkelen ze zich verschillend van elkaar. Hierdoor ontstaat een ingewikkelde structuur met kanalen, poriën en slijm waar de afvalstoffen van de één de voeding voor de ander wordt. Het is in feite een mini-bos, waarbij iedere soort zijn eigen taak heeft. Aan de buitenkant van de biofilm breidt het bos zich uit. Cellen laten los en worden meegevoerd door het water. Zo verspreid de biofilm zich door de leiding

Veehouderij

In de veehouderij vormt biofilm een enorm risico voor de gezondheid van dieren. De norm van 10.000 bacteriën per milliliter draagt eraan bij dat waterleidingen goedgekeurd worden terwijl er een continue aanwezigheid is van biofilm, zolang het maar minder dan 10.000 kiemen per milliliter loslaat. Hierdoor is er niet alleen verspreiding van ziekmakende bacteriën, maar ook van de gifstoffen die ze produceren.

De bestrijding van biofilm is extra moeilijk doordat ze goed tegen veel bestrijdingsmiddelen kunnen. Om biofilm effectief te bestrijden met bijvoorbeeld zuur of chloordioxide is een concentratie nodig in het drinkwater die te hoog is voor dieren om veilig te drinken. Dat kan dus niet tegelijk. Tussen rondes schoonmaken helpt ook niet, want de biofilm groeit binnen een paar dagen opnieuw aan. Om biofilm goed te bestrijden is het belangrijk dat bacteriën continu worden afgedood en zich niet opnieuw kunnen hechten aan de leiding met een middel dat effectief is tegen de vervuiling, maar veilig voor de dieren.